mentale vaardigheden, intelligentie en de balans tussen genen en omgeving
Tweelingonderzoek naar de ontwikkeling van mentale vaardigheden heeft laten zien dat erfelijke invloeden op verschillen in intelligentie tussen jonge kinderen nog een relatief bescheiden rol spelen. De invloed van de genen op intelligentie neemt echter toe met de leeftijd, en op volwassen leeftijd worden de verschillen in prestaties op een intelligentietest voor een groot deel verklaard door verschillen in erfelijke aanleg.
In de tabel hieronder staan de resultaten van het onderzoek naar mentale vaardigheden dat het NTR de afgelopen 15 jaar heeft uitgevoerd bij verschillende leeftijdsgroepen. Bij sommige tweelingparen is meer dan eens de intelligentie gemeten, en hun gegevens zijn dan ook op verschillende leeftijden verwerkt. Duidelijk is te zien dat de rol van erfelijkheid geleidelijk toeneemt met de leeftijd. Bij kinderen van 5 jaar wordt bijvoorbeeld slechts 26% van de verschillen in intelligentie verklaard door verschillen in erfelijke aanleg, terwijl die aanleg op 12 jarige leeftijd al 60% van de verschillen in intelligentie verklaart.
Tegelijkertijd blijkt dat vooral de gedeelde omgeving (het gezin, de opvoeding, de school en de buurt) een steeds minder grote rol gaat spelen naar mate kinderen ouder worden. Bij kinderen van 5 jaar oud speelt deze gedeelde omgeving de belangrijkste rol in het verklaren van verschillen in intelligentie (50%), in kinderen van 12 jaar is die invloed al gereduceerd tot slechts 25%. Bij volwassenen is het effect van deze omgevingsfactoren nauwelijks meer terug te vinden.
Leeftijd | Genen | Gedeelde omgevingsfactoren | Andere omgevingsfactoren |
5 jaar | 26% | 50% | 24% |
7 jaar | 40% | 29% | 31% |
9 jaar | 46% | 29% | 25% |
10 jaar | 54% | 26% | 20% |
12 jaar | 60% | 25% | 15% |
16 jaar | 62% | 0% | 38% |
18 jaar | 82% | 0% | 18% |
26 jaar | 88% | 0% | 12% |
50 jaar | 85% | 0% | 15% |
De percentages geven aan in welke mate verschillen tussen mensen in de prestatie op een intelligentietest worden verklaard door verschillen in de genen, de gedeelde omgeving of andere omgevingsfactoren
Deze fascinerende bevindingen, die door studies bij tweelingen in andere landen worden gesteund, suggereren dat de ontwikkeling van mentale vaardigheden wordt beïnvloed door een complex samenspel van erfelijkheid en omgeving.
Binnenkort gaat het NTR van start met een vervolgonderzoek naar dit complexe samenspel. Wij willen in dit onderzoek nauwkeuriger gaan uitzoeken hoe omgeving en genetische aanleg de mentale ontwikkeling beïnvloeden. Met name zijn we geïnteresseerd in de vraag of de werking van onze genen afhangt van de omgeving waarin wij ons bevinden. Hiervoor gaan we ondermeer de vroegere school- en thuissituatie onderzoeken. Hoe ging het op school met verschillende vakken? Welke hobby’s had u vroeger? Hoe belangrijk was presteren op school? Hoe gemakkelijk ging en gaat het leren u af? Ook is het van belang te weten hoe uitdagend de huidige leefsituatie is, en of er nog steeds prikkels zijn om op allerlei gebieden bij te leren.
De omgeving waarin een kind opgroeit wordt, zeker de eerste jaren, gevormd door de andere gezinsleden; vader, moeder en andere broertjes en zusjes als die er zijn. Om de vroegere school- en thuissituatie en de huidige leefsituatie zo goed mogelijk in kaart te brengen voeren we dit onderzoek niet alleen uit bij tweelingen. We vragen ook hun broers en zussen, hun partners, ouders en kinderen om deel te nemen. Een echt familieonderzoek dus.


